Structureel overleg huisarts en verloskundige leidt tot betere geboortezorg

Bij zwangerschap spelen medische, maar ook niet-medische factoren, zoals leef- en omgevingsomstandigheden en/of psychosociale problematiek, bij  kwetsbare vrouwen een belangrijke rol. Samenwerking tussen de huisarts en de verloskundige bij kwetsbare zwangeren zorgt voor voorkoming of vroege signalering van mogelijke problemen. Goede onderlinge contacten, korte lijnen en het delen van de kennis vanuit beide disciplines leidt tot betere geboortezorg. 

"Deze overtuiging was het uitgangspunt om een project te starten voor het verbeteren van de eerstelijnszorg voor zwangeren, kraamvrouwen en pasgeborenen”, vertelt huisarts Frederieke Pijbes (rechts op de foto), van huisartsenpraktijk Meijman & Pijbes in Amsterdam Osdorp. Deze praktijk heeft een populatie met gemiddeld een lage ses en veel psychosociale problematiek. 

Investering in afspraken en tijd

Deze problematiek heeft zeker invloed op de geboortezorg, is ook de ervaring van verloskundige Sanne Hoep (links op de foto) van VIA (Verloskundigen in Amsterdam). Omdat beide praktijken op dezelfde locatie werkzaam zijn, besloten ze de samenwerking rondom geboortezorg te intensiveren. Ook de Amsterdamse Geboorte Praktijk doet mee in dit project. “Structurele samenwerking lijkt eenvoudig, maar vereist echt een investering, zowel in afspraken als in tijd”, is de ervaring van Pijbes. Elke zes weken houden de huisarts en verloskundige een overleg, waarbij ze alle gezamenlijke cliënten bespreken. Dat zijn er gemiddeld 12, maar in het overleg van eind december 2017 ging het om maar liefst 24 zwangeren.

Gegevensuitwisseling

Zodra een zwangere in zorg komt bij VIA of de Amsterdamse Geboorte Praktijk stellen de verloskundigen de huisarts van de cliënt op de hoogte en vragen -met toestemming van de cliënt- gegevens op bij de huisarts. “Dat is vaak een probleem”, geeft Hoep aan. “We kunnen het getekende formulier niet toevoegen als bijlage aan Zorgmail en moeten deze dus faxen. Soms krijgen we geen reactie en moeten we er diverse malen achteraan.” Pijbes verbaast zich over deze gang van zaken. “De huisarts kan toch een verwijsbrief aan de vrouw meegeven voor de verloskundige? Medische informatie is tenslotte essentieel in de zorg voor de zwangere en haar ongeboren kind.” 

In het project verloopt het  uitwisselen van gegevens daarentegen heel goed. “We vragen aan de zwangere toestemming voor bespreking met de huisarts”, aldus Hoep. “Zwangeren geven die nagenoeg altijd, van alle vrouwen heeft er tot nu toe maar eentje dit geweigerd. In het structureel multidisciplinair overleg bespreken we dan zowel de medische als de psychosociale zaken van de cliënt. In de tijd tussen de overleggen in kunnen we elkaar zo nodig ad hoc bereiken. En juist omdat je elkaar kent, is de drempel daarvoor lager.” Pijbes vult haar aan: “Soms hebben de verloskundigen de indruk dat alles goed gaat, terwijl de zwangere diverse malen bij mij op het spreekuur is gekomen. Of andersom constateert de verloskundige problemen waar de huisarts niets van weet. Door de samenwerking en het structurele overleg kunnen zowel medische als psychische en sociale problemen pro-actief worden opgepakt. Dat kan escalatie voorkomen.”

Veel interventies

Dat deze werkwijze effectief is, blijkt wel uit de registratie van één jaar. Bij ruim de helft van de 185 besproken zwangeren was er reden voor een somatische interventie, variërend van een urinekweek, verwijzing naar bekkenbodem-fysiotherapie tot inzet van de poh voor stoppen met roken. Bij bijna 30% bleek een psychosociale interventie noodzakelijk, met vooral verwijzing naar poh-ggz, Mammakits, maatschappelijk werk, welzijn op recept of MEE. 

Anticonceptie

Een belangrijk gezamenlijk aandachtspunt is het voorkomen van een ongeplande volgende zwangerschap. “Dit komt veel voor”, is hun beider ervaring. “Daarom hebben we daar afspraken over gemaakt. Bij 36 weken zwangerschap bespreekt de verloskundige dit met de cliënt. Zodra de bevalling heeft plaatsgevonden, krijgt de huisarts het partusverslag. De verloskundige en huisarts hebben dan sowieso overleg over afstemming van de zorg tijdens het kraambed en de periode daarna. De huisarts bezoekt na vier tot zes weken na de bevalling de cliënt thuis en bespreekt dan nadrukkelijk ook het gebruik van anticonceptie. En bij twijfels informeert de huisarts na drie maanden nogmaals naar het anticonceptie-gebruik.”

Efficiëntere zorg en meer werkplezier

2018 03 20 samenwerking ha vk

Niet alleen de verloskundigen en de huisartsen zijn tevreden over deze samenwerking. Ook de cliënten ervaren de meerwaarde ervan. Pijbes en Hoep hopen dat andere huisartsen en verloskundigen gemotiveerd raken om ook een dergelijke samenwerking aan te gaan. Hun ervaring: “Het leidt echt tot efficiëntere zorg, maar tegelijk ook tot meer werkplezier.” 

Wil jij ook regelmatig overleggen met de verloskundige?

Neem Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. op met het AOF over de mogelijkheden voor een financiële bijdrage.