Bruins: ‘Hoge werkdruk huisartsen heeft mijn volle aandacht

Minister Bruins vindt het belangrijk dat huisartsen zich niet overbelast voelen, geen te hoge werkdruk ervaren, voldoende tijd hebben voor de patiënt en dat de kwaliteit van huisartsenzorg is gewaarborgd. Om dit voor elkaar te krijgen, moet er niet alleen worden gekeken naar praktijkverkleining, maar ook naar andere manieren om meer tijd voor de patiënt te creëren. Waaronder taakherschikking, inzet van praktijkmanager, optimale benutting opleidingsplekken en een onderzoek naar de factoren waarom huisartsen ergens wel of niet willen werken.  

Minister Bruins schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij vermeldt dat dit probleem zijn volle aandacht heeft. Aanleiding is het LHV-onderzoek “Meer tijd voor de patiënt” naar de ervaren werkdruk onder huisartsen. Onderzoeksbureau Newcom concludeert daarin dat de kwaliteit van de huisartsenzorg onder druk staat door de toenemende werkdruk van huisartsen. 

Maatwerk

Bruins stelt dat het creëren van meer tijd vraagt om maatwerk, passend bij de regio. De bekostiging biedt voldoende ruimte voor regionale afspraken door zorgverzekeraars en aanbieders. Daarnaast kan meer tijd voor de patiënt ontstaan door ondersteuning van praktijkondersteuners, verpleegkundig specialisten, physician assistents en nurse practitioners en de inzet van e-health. 

Als andere oplossing noemt hij de inzet van een praktijkmanager voor het management en administratieve taken, zodat de huisarts toe kan komen aan het dokter zijn. Ook de inzet op vermindering van regeldruk helpt hierin. Er zijn reeds schrap- en verbeterpunten tot stand gekomen in het programma (Ont)regel de zorg.  

Zes acties die zijn of worden ingezet

Bruins noemt in de brief zes acties die zijn of worden ingezet, waarvan hij verwacht dat deze bijdragen in het terugdringen van de ervaren hoge werkdruk onder huisartsen:

  1. Hij heeft de ambitie een nieuw akkoord te sluiten met de huisartsen. Met de LHV en InEen is afgesproken dit onderwerp terug te laten komen in de gesprekken over een nieuw hoofdlijnenakkoord;
  2. Het aanbod van voldoende huisartsen of ondersteuners op de arbeidsmarkt is van belang. In het actieprogramma ‘Werken in de Zorg’ is een belangrijke plek ingeruimd voor de huisartsen; 
  3. Al jaren stelt VWS meer opleidingsplekken beschikbaar voor huisartsen dan dat het capaciteitsorgaan adviseert. Niet alle opleidingsplekken worden volledig benut. Na de selectieprocedure minder kandidaten over dan het aantal plaatsen. De opleidingsinstituten kijken hoe ze beschikbare opleidingsplaatsen optimaal kunne invullen, met een optimale landelijke spreiding; 
  4. Met de LHV laat VWS een onderzoek uitvoeren naar de factoren die bepalend zijn voor de plek waar huisartsen wel/niet willen werken om zo beter zicht te krijgen op de tekorten in bepaalde regio’s en achterstandswijken. Naar aanleiding van het onderzoek kan worden ingezet op gerichte oplossingen om de huisartsenzorg voor iedereen toegankelijk te houden; 
  5. Komend jaar houdt het Nivel een tijdbestedingsonderzoek onder huisartsen. Dit biedt inzicht in het aantal uren dat huisartsen werken, onderverdeeld naar patiëntgebonden en niet-patiëntgebonden uren (scholing, administratie, bedrijfsvoering e.d.). Zij betrekken bij het onderzoek verschillende huisartsen (mannen/ vrouwen, wel/niet apotheekhoudend, krimpgebied, achterstandswijk ed.); 
  6. De NZa is met partijen in gesprek om de vergoeding voor huisartsen in achterstandwijken te optimaliseren. 

Bron: ZorgenZ

----------

Zie ook het AOF-aanbod: