In gesprek met: de nieuwe AOF-voorzitter Shadi Gilani
Het AOF-bestuur heeft sinds oktober 2024 een nieuwe voorzitter, Shadi Gilani. In dit interview stellen wij haar graag aan jullie voor. Zij vertelt over haar werk als huisarts in Amsterdam Nieuw-West en haar nieuwe rol als AOF-bestuursvoorzitter.
Shadi, waarom ben je huisarts geworden? 
Huisarts zijn is het mooiste vak dat er bestaat. Tijdens mijn coschappen vond ik veel specialisaties interessant, maar elk specialisme werd na een tijdje saai . Als huisarts loop je mee met iemands hele leven, van geboorte tot sterfbed. Dat is prachtig. Ik zit nu elf jaar in deze praktijk en heb patiënten gezien waarvan ik de geboorte van hun kinderen heb meegemaakt en het sterfbed van hun ouders heb begeleid. Het is bijzonder om zo'n langdurige band op te bouwen met je patiënten.
Hoe ben je in de praktijk waar je nu werkt terecht gekomen?
Ik ben hier begonnen tijdens mij derde jaar van de huisartsenopleiding. Na mijn opleiding ben ik er gelijk als vaste waarnemer gestart. Ik had een hele goede klik met mijn opleiders Rick Otjes en Peter Paul Strikwerda. Hun manier van werken en de relatie die zij met de patiënten in deze buurt hebben opgebouwd waren enorm inspirerend en motiverend om hier te blijven.
Jouw praktijk bevindt zich een in een buurt met veel achterstandspostcodes. Was het een bewuste keuze om hier te gaan werken?
Zeker! Tijdens de huisartsopleiding voelde ik me hier helemaal op mijn plek. Mijn eerstejaarspraktijk was aan de Nassaukade en heel anders, met veel expats en mensen met een ‘hogere’ opleiding. Wat me hier trekt, is hoeveel je kunt betekenen. Er zijn uiteraard veel uitdagingen, zoals laaggeletterdheid, beperkte gezondheidsvaardigheden en slechte woningomstandigheden. Mensen hebben vaak weinig inzicht in de toegang tot hulpmiddelen. Juist deze uitdagingen en mensen daarin bijstaan maken het werk enorm waardevol.
Wat maakt het werken in een achterstandsbuurt interessant?
Tijdens mijn studie werkte ik aan een project over obesitas bij kinderen, precies toen het Pact Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht werd ingevoerd. Ik had veel overleg met de gemeente en het Ouder Kind Team. Het was interessant om te zien hoe je met verschillende domeinen moet samenwerken om iets te bereiken in zo’n buurt. Het gaat niet alleen om het medische, maar ook om de sociale context van de patiënt. Dat is in een achterstandswijk nog belangrijker.
Je werkt in Nieuw-West. Heb je daar de laatste tien jaar veel zien veranderen?
In Nieuw-West merken we nog weinig van de gentrificatie die je in andere stadsdelen ziet. De meeste patiënten hebben een lager inkomen en lage gezondheidsvaardigheden, wat vaak tot meer gezondheidsproblemen leidt. Veel mensen wonen in sociale huurwoningen en maken intensiever gebruik van de zorg. Digitalisering is hier een obstakel, omdat veel mensen niet goed begrijpen hoe ze ermee om moeten gaan. Gelukkig is er een fonds voor achterstandspraktijken, zoals het AOF, want het is echt anders om hier te werken en dat vraagt soms om creatieve oplossingen.
Je bent nu voorzitter van het AOF-bestuur. Hoe is dat zo gekomen en waar wil je je voor inzetten?
Al vanaf de huisartsenopleiding vond ik het AOF een geweldig fonds met leuke mensen! Ik heb trainingen via het AOF gegeven over laaggeletterdheid en ben lid geweest van de klankbordgroep. Toen Martine Samson me vroeg om het voorzitterschap over te nemen voelde ik me enorm vereerd en verheugd om dit te doen!
Voor de komende periode wil ik me richten op projecten die belangrijke thema's onder de aandacht brengen. Een daarvan is digitale ongelijkheid, vooral voor mensen in achterstandsbuurten die moeite hebben om mee te komen met de toenemende digitalisering van zorg. Een tweede thema waar ik aandacht aan wil geven is de ondersteuning van migrantenouderen. Er komt een enorme vergrijzingsgolf onder de arbeidsmigranten van de jaren 50 en 60 en daar moeten we in de achterstandsbuurten goede zorg voor organiseren. Ten derde wil ik meer aandacht voor racisme in de zorg en intersectionaliteit. Wij zorgverleners zijn ons vaak niet bewust van onze vooroordelen, we handelen vanuit de beste intenties, maar zijn uiteraard ook gewoon mensen. Ik denk hier praktisch aan bijvoorbeeld cursussen dermatologie bij mensen van kleur, zodat we onze vaardigheden verbeteren. Maar ook aan een dialoogtafel om in gesprek te gaan over onze blinde vlekken. Daarnaast hoop ik dat we met het AOF een adviserende rol richting de Amsterdamse Huisartsenalliantie kunnen vervullen, zodat wij als adviespunt kunnen fungeren. Het is cruciaal dat er wordt meegedacht over de haalbaarheid van plannen voor achterstandspraktijken.
Wat vind je belangrijk dat andere huisartsenpraktijken weten over het AOF?
Het is belangrijk dat praktijken weten dat het AOF er is om ideeën en projecten te ontwikkelen voor de structurele problemen waar zij mee te maken hebben. We staan er niet alleen voor, veel praktijken ervaren dezelfde uitdagingen. Als ze ergens tegenaan lopen, kunnen ze bij ons terecht. Het hoeft niet altijd een uitgewerkt project te zijn. Als er een structureel probleem is, kunnen we samen nadenken over mogelijke oplossingen.
Wat wil je meegeven aan huisartsen die overwegen in een achterstandswijk te werken?
Doen! Het is heel inspirerend en dankbaar werk! Het is misschien niet voor iedereen weggelegd, maar als je kijkt naar wat een leuke huisartsen in achterstandsbuurten werken dan kan je zien dat het veel voldoening geeft! Veel huisartsen vinden na een tijdje de spreekuren wat eentonig worden. Maar als je met zoveel verschillende domeinen werkt, kun je er veel meer uithalen. Het is een uitdaging, maar dat maakt het ook leuk. En het is hard nodig. Als iedereen kiest voor het gemak van patiënten die precies weten wat ze willen, wordt een grote groep die goede zorg nog harder nodig heeft de dupe. Soms is het juist interessant om samen met de patiënt uit te zoeken wat hij of zij eigenlijk wil.